Toen Sophie op een doodnormale ochtend geschreeuw uit de woonkamer hoorde, wist ze dat het foute boel was. Haar 11 maanden oude zoontje Sjaak had zijn hand ernstig verbrand aan de hete kachel. “Hij heeft gelukkig geen negatieve herinneringen aan de behandelingen in het ziekenhuis. Hij was altijd heel vrolijk tegen iedereen. Je moet hem nu alleen nog niet vragen om zijn handje open te draaien. Dat vindt hij nog niet prettig.”
Sophie en haar man moesten die ochtend allebei werken, dus het was druk in het huis. “We woonden in tijdelijk units met een pelletkachel. Wanneer we de kachel gebruikten, zetten we er altijd een stoel voor zodat mijn zoontjes er niet bij konden. Helaas is dat die ochtend niet gebeurd.”
Terwijl Sophie brood aan het smeren was, hoorde ze een harde schreeuw. Ze wist meteen dat het anders was dan een gewone gil. “Ik zag toen dat Sjaak zijn handje wit was. Ik heb hem meteen onder de kraan gehouden en mijn man geroepen. Toen ik zag dat zijn handpalm en vingers wit waren, raakte ik wel een beetje in paniek. We twijfelden of we direct naar het ziekenhuis moesten gaan, maar de huisarts zou bijna open gaan. Daarom hebben we langer gekoeld en zijn we daar naartoe gegaan.”
Brandwondencentrum
De huisarts verwees Sjaak al snel door naar het ziekenhuis. “Ze vonden de brandwond vrij groot voor zo’n klein handje. De rit naar het ziekenhuis was verschrikkelijk. Sjaaks gehuil ging door merg en been.” Sophie vertelt dat ze ook daar weer werden doorgestuurd. “Er was overleg geweest met het brandwondencentrum, en zij gaven aan dat we daar langs moesten komen.”
Toen ze in het brandwondencentrum aankwamen, verliep alles volgens Sophie heel snel. “Sjaaks handje zat nog ingepakt en binnen twee keer knipperen was alles gebeurd. Ze haalden het verband eraf, maakten de blaren open, brachten zalf aan en deden er direct nieuw verband omheen. Het ging allemaal ontzettend snel en dat was eigenlijk heel fijn.”



In de week na het ongeluk reisden ze elke dag naar Groningen. “Daar kreeg Sjaak de beste zorg, dus ik had het er met liefde voor over. Alleen bleek er na een week nog geen verbetering te zien. In overleg met het brandwondencentrum zijn we toen overgestapt op de kinderthuiszorg. Zo hoefden we nog maar een keer per week naar het brandwondencentrum.”
Helaas bleek zes weken na het ongeluk dat de huid van Sjaaks handje nog niet helemaal genezen was. “De artsen adviseerden toch een huidtransplantatie. De operatie ging gelukkig goed en na een aantal dagen moesten we terugkomen voor een controle. Toen is het opnieuw verbonden, maar helaas had hij een bacterie opgelopen en losten de hechtingen niet op zoals gepland. Hierdoor heeft het allemaal iets langer geduurd dan we hadden gehoopt.”
Nog een operatie
Inmiddels is de huid op zijn handje littekenweefsel geworden. Hierdoor kan Sjaak zijn hand niet helemaal strekken. “Daarom moet hij binnenkort opnieuw worden geopereerd. Ik zie daar wel een beetje tegenop. Na het ongeluk had Sjaak pijn en wist hij dat hij geholpen moest worden. Nu heeft hij geen pijn en is hij een vrolijk kind. Hoe leg je hem dan uit dat hij weer geopereerd moet worden en zijn handje opnieuw in het verband moet?”
Gelukkig heeft Sjaak geen vervelende herinneringen aan het brandwondencentrum en het ziekenhuis. “Hij was daar altijd vrolijk, totdat die verbandwissel kwam. Dan was het voor hem even vervelend. Maar zodra zijn handje weer was ingepakt, was het ook weer over. Misschien is zijn geluk geweest dat hij nog zo klein was en er niet al te veel van heeft meegekregen.”
Al met al was het een heftige periode voor Sophie en haar gezin. “De reistijd, de thuiszorg, de pijn en het ongemak die je hem zag hebben. Gelukkig is hij nu een vrolijke peuter van 2 jaar. Als hij nu op zijn handje valt en zijn vingers pijn doen omdat hij ze niet kan strekken, wijst hij naar zijn handje en zegt hij: ‘Au, au.’ Maar daarna gaat hij weer vrolijk verder met spelen.”