Op vierjarige leeftijd veranderde het leven van Jennifer in één seconde. Tijdens het buitenspelen werd ze door een zevenjarig jongetje in brand gestoken. Wat volgde waren weken in het brandwondencentrum, tientallen operaties, nachtmerries en jaren van pesten. Toch overheerst in haar verhaal geen boosheid, maar veerkracht. Nu, zestien jaar later, kijkt Jennifer vooruit. “Ik wil niet dat mijn brandwonden bepalen wie ik ben.”
Jennifer herinnert zich flarden van die dag in maart 2010. Een vriendje van haar broer had een aansteker gestolen en probeerde haar jas aan te steken. “Hij probeerde eerst bij mijn hart, maar dat lukte gelukkig niet. Uiteindelijk vloog mijn rug in brand.” Paniek brak uit op het plein. Haar broer zag het gebeuren en rende direct naar huis om hun ouders te halen. Twee omstanders schoten te hulp en begonnen het vuur te blussen. “De een focuste zich op mijn haar en de ander op mijn rug.”
Niet veel later lag Jennifer in het brandwondencentrum in Rotterdam. Ze verbleef er wekenlang en onderging meerdere operaties. Ze kreeg donorhuid en kunsthuid om haar verbrande rug te behandelen. Omdat ze nog maar vier jaar oud was, zijn veel herinneringen vaag. Maar de impact bleef groot. “Ik had vroeger heel veel nachtmerries,” vertelt ze. Zowel Jennifer als haar broer kregen speltherapie om het trauma te verwerken. “Dat heeft ons echt geholpen.”
De lichamelijke pijn maakte later plaats voor een andere strijd: die van acceptatie. Op de basisschool en in de eerste jaren van de middelbare school, werd Jennifer flink gepest. “Ik kreeg dingen te horen als ‘verbrande tosti’.” Zelfs volwassenen reageerden soms pijnlijk ongepast. “Een gymdocent geloofde niet dat mijn brandwonden echt waren en ging dat aan mijn klasgenoten vragen.”
Toch weigerde Jennifer zich te verstoppen. “Ik heb vanaf moment één gewoon gezwommen in bikini. Ik wilde het niet verbergen.” Dat bleek niet altijd makkelijk, zeker niet toen opmerkingen van anderen haar onzeker maakten. “Toen ik klein was, stelde ik me gewoon voor met: ‘Hoi, ik ben Jennifer en ik heb brandwonden.’ Maar door reacties van anderen ga je toch anders naar jezelf kijken.”



Lotgenotencontact hielp haar enorm. Via activiteiten zoals de brandwondendag en kindervakantieweek ontmoette ze andere kinderen met brandwondenlittekens. “Dan weet je: ik ben niet alleen.” Ook haar moeder vond daar steun. “Het was fijn voor haar om andere verhalen te horen en uiteindelijk ook anderen te kunnen helpen.”
Inmiddels staat Jennifer sterker in het leven. Hoewel ze nog altijd fysieke klachten heeft en al meer dan twintig operaties onderging, laat ze zich niet tegenhouden door haar verleden. Op dit moment staat ze opnieuw op de wachtlijst voor een operatie om pijnklachten in haar rug te verminderen. “Het voelt soms alsof er mesjes in mijn rug steken.”
Toch kijkt ze vooral vooruit. Ze woont samen met haar vriend, studeert Social Work en begint binnenkort met werken in de geestelijke gezondheidszorg. Haar droom om bij de politie te gaan werken heeft ze moeten uitstellen, omdat ze er nu fysiek niet toe in staat is. “Dat vond ik moeilijk, want het voelde alsof dat van me was afgepakt. Maar nu probeer ik te kijken naar wat wél mogelijk is.”
Haar ervaringen wil ze graag inzetten om anderen te helpen. Zo zou ze ooit begeleider willen worden bij een van de lotgenotenactiviteiten die georganiseerd worden door Stichting Kind & Brandwond en de Brandwonden Stichting. “Dan kan ik uit mijn eigen ervaring putten en jongeren helpen met acceptatie.”
Ook over de jongen die haar in brand stak, spreekt Jennifer opvallend mild. Ze ontmoette hem later nog één keer, toen hij zijn excuses aanbood. “Ik heb die excuses toen niet geaccepteerd. Maar ik ben nu ook niet meer boos. Ik zou hem graag nog eens willen spreken. Gewoon om antwoorden te krijgen en te vertellen hoe het nu met mij gaat.”
Wat Jennifer vooral hoopt mee te geven aan anderen, is dat niemand zich hoeft te schamen voor zichtbare of onzichtbare littekens. “Mensen vinden altijd wel iets om commentaar op te hebben,” zegt ze nuchter. “Of je nou brandwonden hebt, of een grote neus. Dus trek je niets aan van opmerkingen. Wees trots op wie je bent, want je hebt hier niet voor gekozen. Dit hoort nu bij jouw verhaal.”