Het zetten van een kopje thee veranderde voor Manuela van een doodgewone handeling in een traumatische ervaring. Ze liep ernstige brandwonden op doordat een volle waterkoker over haar benen viel. “Ik zou dit mijn ergste vijand nog niet toewensen. Al ben ik blij dat het mij is overkomen en niet mijn dochter.”
Tijdens het tv-kijken hadden Manuela en haar dochter trek in een kopje thee. “Omdat ik met mijn gedachten bij van alles was, behalve het theezetten, pakte ik de kan op zonder na te denken. Onze waterkoker zit alleen vast aan een snoer en daardoor viel het kokendhete water over mij heen.”
Manuela ging meteen onder de douche staan om te koelen. “Omdat ik alleen met mijn dochtertje woon, hoorde ze mij gillen. Ik heb mijn buurvrouw gebeld om te helpen en die heeft ervoor gezorgd dat mijn ouders en de ambulance kwamen. Ik had mijn ouders echt even nodig, dus was ik erg blij toen die er waren.”
Toen de ambulance er eenmaal was, moest Manuela onder de douche vandaan. “Dit was echt vreselijk! De wonden begonnen weer warm te worden. Ze werden ingepakt met een soort huishoudfolie en ik kreeg pijnstillers. Toen ben ik naar het ziekenhuis gebracht.”
Brandwondencentrum
Eenmaal aangekomen in het ziekenhuis, kreeg Manuela een zalfje en werd ze naar huis gestuurd met pijnstillers. Na het weekend moest ze terugkomen voor verbandwissels en nieuwe zalf. “Ze hebben toen foto’s naar het brandwondencentrum in Groningen gestuurd, maar zij vonden het er niet zorgelijk uitzien. Toen ik die maandag terugkwam in het ziekenhuis, hoorde ik dat ze eigenlijk eerst de dode huid hadden moeten weghalen voordat ze foto’s opstuurden. Dit hebben ze toen meteen gedaan. Mijn partner hield mijn hand vast, maar het deed zo verschrikkelijk veel pijn dat hij zelfs even is weggegaan. Toen ze in het brandwondencentrum de nieuwe foto’s zagen, moest ik direct komen.”
In het Martini Ziekenhuis is er nog meer beschadigde huid bij Manuela weggehaald. Daar bleek ook dat het waarschijnlijk eerst om een verbranding ging, maar het uiteindelijk tweedegraads brandwonden zijn geworden. “Toen kon ik wel door de grond zakken. Elke dag kreeg ik pijnlijke verbandwissels, maar het moest. De mensen in het brandwondencentrum waren geweldig! Zulke lieve en zorgzame mensen. Ik ben ze eeuwig dankbaar, ook al weet ik dat het voor hen gewoon hun baan is.”



Uiteindelijk heeft Manuela een week in het brandwondencentrum gelegen. “Ik kreeg elke dag bezoek van vrienden, familie en collega’s. Ook ontving ik lieve kaartjes en cadeautjes. Hierdoor was het best oké, maar ik wilde gewoon graag naar huis. Naar mijn dochter, partner en eigen omgeving.”
Toen ze weer thuis was, moest Manuela de wonden zelf verzorgen. “Dat ging mij goed af. Ik moest wel nog om de dag terugkomen. Inmiddels nog maar elke maand. Mijn arts is heel tevreden en trots dat het zo goed gaat. Zelf ben ik dat ook. De rode plekken kunnen blijven, maar dit is nog niet zeker. Dat is afhankelijk van hoe de huid zich herstelt, maar je zult het sowieso blijven zien.”
Gezegend
Na het ongeluk realiseert Manuela zich des te meer hoe gezegend ze is met de mensen om zich heen. “Ze hebben zo goed voor mijn dochter en mij gezorgd. Iedereen heeft zich in allerlei bochten gewrongen om er voor mij te kunnen zijn. Het was ook zwaar voor hen, maar ze hebben doorgezet voor mij.”
Ondanks alle pijn, spookt een gedachte nog af en toe door Manuela haar hoofd. “Soms ben ik blij dat het mij is overkomen en niet mijn dochter. Dan had het heel anders kunnen aflopen. Terwijl ik herstel, leer ik steeds meer accepteren wat er is gebeurd. Wat ik eraan overhoud, is misschien niet mooi. Maar het is nu een deel van mij geworden. Stap voor stap leer ik daarmee leven.”