Een rustmomentje op de bank veranderde voor Carlijn in een regelrechte nachtmerrie. Met dertig weken zwangerschap spatte haar theeglas plotseling uit elkaar, precies boven haar buik. Ze liep daarbij ernstige brandwonden op. Wat volgde was een maandenlange periode van pijn, onzekerheid, ziekenhuisopnames en herstel. Toch overheerst bij Carlijn niet de herinnering aan de fysieke pijn, maar wel de angst om haar ongeboren dochter te verliezen.
Het leek een gewone avond in september. Carlijn zat thuis op de bank en schonk thee uit een thermoskan in een glas. “Toen spatte dat glas ineens helemaal uit elkaar,” vertelt ze. De gloeiendhete thee kwam terecht op de rechterkant van haar lichaam: onder haar borst, over haar buik, bovenbeen en heup. Op dat moment was Carlijn in verwachting van haar eerste kindje. “Het enige wat ik dacht was: als er maar niets met mijn baby is gebeurd. Dat het pijn deed, oké. Maar die angst voor mijn kindje was veel groter.”
Terwijl haar man 112 belde, rende Carlijn naar de douche om de brandwonden te koelen. Via het streekziekenhuis kwam Carlijn midden in de nacht terecht in het brandwondencentrum van het Martini Ziekenhuis in Groningen. Daar werd haar grootste zorg gelukkig snel weggenomen. “Diezelfde nacht kwam het verloskundige team speciaal langs. Er werd een echo gemaakt en alles werd gecontroleerd. Toen bleek dat het met mijn baby gelukkig helemaal goed zat.”
De opluchting was enorm, maar de behandeling moest nog beginnen. Door haar zwangerschap konden artsen niet alle gebruikelijke middelen inzetten. Een bepaalde wondzalf werd bijvoorbeeld niet gebruikt, omdat niet zeker was of die veilig was voor haar ongeboren kindje. Dat maakte het herstel ingewikkelder. Tijdens de wondcontroles werd ook een bacterie ontdekt. De dagelijkse wondverzorging was intensief. Omdat de combinatie van zwangerschap, pijn en lange reisafstanden te belastend was, werd Carlijn opnieuw opgenomen.
“De verbandwissels waren verschrikkelijk pijnlijk. Normaal krijg je vaak meer pijnstilling, maar als zwangere mag dat niet zomaar. Ik moest het vooral doen met paracetamol.” De verpleegkundigen deden er alles aan om haar zo comfortabel mogelijk te verzorgen. Voorzichtig werden verbanden verwijderd, wonden gereinigd en opnieuw verbonden. Na ontslag uit het ziekenhuis nam de thuiszorg de wondverzorging over.



Ruim tweeënhalve week duurde het voordat de bacterie verdwenen was en de wonden voldoende gesloten waren. Maar ook daarna bleef het zwaar. “Door brandwonden word je extreem moe. Combineer dat met een zwangerschap en dan merk je pas hoeveel energie je lichaam nodig heeft om te herstellen.”
Naarmate haar buik verder groeide, werd de huid op de verbrande plekken steeds gevoeliger. Vooral op haar buik zorgde dat voor toenemende pijn. “Het voelde alsof iemand voortdurend met schuurpapier over mijn buik ging.” Uiteindelijk werd Carlijn bij 39 weken ingeleid en kwam dochter Milou via een keizersnede gezond ter wereld. “Ze is kerngezond. Een prachtig meisje. Daar zijn we ontzettend dankbaar voor.”
Toch bleef de pech haar achtervolgen. Door de keizersnede gingen delen van de genezende brandwonden opnieuw open. “Toen kon ik eigenlijk weer beginnen met wondverzorging. Gelukkig wist ik precies wat ik moest doen en had ik alles nog in huis.”
Nu, ruim een half jaar later, is het herstel nog altijd niet volledig afgerond. De littekens op haar been en heup trekken langzaam bij, maar vooral haar buik herinnert haar dagelijks aan wat er gebeurde. Binnenkort spreekt ze met een plastisch chirurg over mogelijke littekenbehandelingen. Ook de vermoeidheid blijft aanwezig. “Brandwonden herstellen niet alleen aan de buitenkant. De huid, zenuwen en spieren hebben soms één tot twee jaar nodig om volledig te herstellen.”
Toch kijkt Carlijn vooral vooruit en geniet ze van haar mooie gezin. Aan anderen wil ze nog één belangrijke boodschap meegeven:
“Wees voorzichtig met glas, ook als het veilig lijkt. Schenk nooit boven je lichaam. En verdiep je in wat je moet doen bij brandwonden. Ik wist gelukkig direct dat ik moest koelen. Dat heeft echt verschil gemaakt.”