‘Haar verhaal zit altijd in mijn achterhoofd,’ Paul van Zuijlen over die ene patiënt

Bijna 2,5 jaar geleden werd Roemenië opgeschrikt door een hevige ontploffing en daaropvolgende brand, waarbij tientallen doden vielen en bijna tweehonderd mensen gewond raakten. Van de vele slachtoffers werden acht gewonden overgebracht naar de brandwondencentra in Rotterdam, Beverwijk en Groningen. Ook plastisch chirurg Paul van Zuijlen, werkzaam in het Brandwondencentrum Beverwijk,  staat dit verschrikkelijke ongeluk nog goed voor de geest. Hij behandelde een jonge Roemeense aan haar ernstige brandwonden. In de Volkskrant vertelt hij over de patiënt die zijn kijk op het vak veranderde.

Hulp uit het buitenland
‘Een uur voor middernacht brak in een nachtclub in Boekarest een verwoestende brand uit. Het was een vrijdagavond in oktober, er trad een rockband op die op het podium vuurwerk afstak. Het plafond vatte vlam, rook vulde de ruimte en de honderden bezoekers struikelden in paniek over elkaar heen op weg naar de smalle uitgang. De ziekenhuizen konden de stroom ernstig gewonden niet aan en vroegen het buitenland om hulp. Een week na de brand kregen de drie Nederlandse brandwondencentra van het ministerie van Buitenlandse Zaken het verzoek om een aantal slachtoffers op te nemen. Zo kwam ze bij ons in Beverwijk terecht, een mooie jonge vrouw uit de Roemeense jetset.’

Agressieve bacteriën
‘Ze kwam binnen in een shock, ze was er vreselijk aan toe. Over haar hele lichaam had ze derdegraads brandwonden, ook haar gezicht was ernstig beschadigd. We waren eerst vooral bezig met de bacteriën die ze meebracht. Die vertoonden gedrag dat we niet kenden, zó agressief. Ze moest onmiddellijk in quarantaine. Antibiotica haalden niets uit, kunsthuid konden we niet gebruiken omdat de bacteriën zich daarin zouden nestelen. Er zat niets anders op dan alle verbrande plekken steeds opnieuw schoon te maken, om daarna stukje voor stukje echte huid te transplanteren. Zo slaagden we er langzaam in om de schadelijke bacteriën aan te pakken.’

‘Hoe ga ik er uit zien?’ 
‘We hielden haar aanvankelijk in slaap. Ik leerde haar pas na een paar weken kennen, toen we aan het winnen waren en haar langzaam lieten bijkomen. Ik zag hoe fel ze uit haar ogen keek. Steeds opnieuw stelde ze me dezelfde vraag: Hoe ga ik eruit zien? Natuurlijk had ze meteen haar ingezwachtelde handen gezien. Ik had al haar vingers moeten amputeren. Maar haar gezicht, hoe was het daarmee? Ze had haast, ze wilde een spiegel. Ik legde haar uit dat ze geduld moest hebben, dat littekens heel langzaam herstellen. Ik herinner me de gesprekken aan haar bed. Ik wil weer beter worden, zei ze, ik wil weer mooi worden.’

Ongelooflijke wilskrachtBrand Roemenië brandwonden
‘Ik was bevreesd voor haar reactie. Hoe zou zo’n mooie vrouw, gewend aan het mondaine leven, een leven met beschadigingen oppakken? Ik had verwacht dat dit noodlot haar naar beneden zou trekken. Maar ik zag iets heel anders gebeuren. Er kwam een ongelooflijke wilskracht naar boven, ze keek in de spiegel en durfde zich te laten zien. Ze pakte haar oude leven weer op, begon foto’s van zichzelf te posten op instagram, foto’s in prachtige kleding, met blote armen, een blote buik. Het was indrukwekkend om te zien hoe ze haar situatie accepteerde.’

Wie beweegt, heeft een voorsprong
‘Dat is wat mijn vak zo waardevol maakt: te ervaren hoeveel veerkracht mensen na zo’n vreselijk ongeluk kunnen hebben, en hoe bepalend die kracht is voor de rest van hun leven. Wie beweegt, letterlijk en figuurlijk, heeft een cruciale voorsprong. Brandwonden genezen beter en mooier als patiënten in beweging komen, maar daar bovenop geldt: wie de moed heeft om dat letsel te aanvaarden, herstelt zoveel beter. Dat is wat deze jonge vrouw me heeft laten zien.’

Meer oog voor mentale weerbaarheid
‘Haar verhaal zit altijd in mijn achterhoofd. Ik hou nu beter in de gaten hoe patiënten in het leven staan, heb meer oog voor hun mentale weerbaarheid. Mijn vak behelst meer dan alleen opereren, soms is de psychologische kant net zo belangrijk. Nog meer dan vroeger probeer ik patiënten te stimuleren om hun blik op de toekomst te richten.’

‘Ruim twee jaar na de brand zie ik op de foto’s een sterke vrouw, met een gezicht dat straalt. Wie kijkt er nog naar haar littekens, naar haar verminkte handen? Het zijn haar ogen die alle aandacht trekken.’

Bron: de Volkskrant
Tekst: Ellen de Visser

0